ECLI:NL:RVS:2014:1274
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- G.J. Deen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongeldigverklaring rijbewijs en oplegging alcoholslotprogramma na weigering bloedonderzoek
Het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) verklaarde het rijbewijs van appellante ongeldig en legde haar de verplichting op deel te nemen aan een alcoholslotprogramma (asp) vanwege haar weigering mee te werken aan een bloedonderzoek. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Raad van State.
Appellante stelde dat het opleggen van het asp een strafrechtelijke maatregel betrof en dat het CBR ten onrechte het besluit baseerde op de strafrechtelijke vaststelling zonder zelfstandig te toetsen. De Raad van State verwierp deze bezwaren en benadrukte dat het asp geen strafrechtelijke sanctie is, omdat appellante haar rijbewijs behoudt tijdens deelname. Tevens oordeelde de Raad dat het CBR terecht het besluit handhaafde op basis van de mededeling van de politie en de weigering tot bloedonderzoek.
Daarnaast voerde appellante aan dat de maatregel onevenredig was vanwege haar afhankelijkheid van een auto voor opleiding en werk en de kosten van het asp. De Raad van State verwierp dit betoog, aangezien het alcoholslot in de auto van haar moeder kan worden geplaatst en de bepalingen dwingend zijn, waardoor geen ruimte is voor belangenafweging.
De Raad van State bevestigde het bestreden vonnis en wees het verzoek om voorlopige voorziening af, waarmee de ongeldigverklaring van het rijbewijs en de oplegging van het alcoholslotprogramma ongewijzigd blijven.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de ongeldigverklaring van het rijbewijs en de oplegging van het alcoholslotprogramma na weigering van bloedonderzoek.