ECLI:NL:RVS:2014:1325
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen plaatsingsplan ondergrondse restafvalcontainers in Visserijbuurt Den Haag
Het college van burgemeester en wethouders van Den Haag stelde op 18 juni 2013 een plaatsingsplan vast voor ondergrondse restafvalcontainers (ORAC's) in de Visserijbuurt. Diverse bewoners uit de Rusthoekstraat stelden beroep in tegen dit besluit, stellende dat de locatiekeuze onredelijk was vanwege parkeerdruk, verkeersopstoppingen, veiligheidsrisico's en aantasting van het straatbeeld.
De Raad van State toetste of het college bij de aanwijzing van drie specifieke locaties in de Rusthoekstraat redelijk had gehandeld. Het college had randvoorwaarden gehanteerd zoals maximale loopafstand, minimale parkeerplaatsverlies, behoud van bomen, infrastructuur en veiligheid. De Raad oordeelde dat het college de parkeerdruk op wijkniveau mocht beoordelen en dat de bezwaren over verkeersopstoppingen en schade aan auto's onvoldoende concreet waren.
Verder was er geen aannemelijk bewijs dat de ORAC's tot geluid- of stankhinder of waardevermindering zouden leiden. Ook het argument dat de historische karakteristiek van de straat werd aangetast, werd niet voldoende onderbouwd. De Raad concludeerde dat het college in redelijkheid de locaties kon aanwijzen en verklaarde de beroepen ongegrond.
Uitkomst: De beroepen tegen het plaatsingsplan voor ondergrondse restafvalcontainers in de Visserijbuurt zijn ongegrond verklaard.