ECLI:NL:RVS:2014:1336

Raad van State

Datum uitspraak
27 maart 2014
Publicatiedatum
16 april 2014
Zaaknummer
201306806/2/A3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbArt. 8:67 AwbArt. 120 Grondwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beslissing op wrakingsverzoek tegen lid van enkelvoudige kamer Raad van State

Tijdens de openbare zitting van 27 maart 2014 verzocht een partij om wraking van mr. A.W.M. Bijloos, lid van de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die belast was met de behandeling van een bestuursrechtelijke zaak.

Het wrakingsverzoek berustte op de stelling dat de Afdeling als rechtscollege niet onafhankelijk zou zijn, mede vanwege haar gebondenheid aan artikel 120 van Pro de Grondwet en eerdere betrokkenheid bij onderliggende dossiers. Tevens werd aangevoerd dat de staatsraad in het verleden samenwerkte met de toenmalige minister van Justitie, wat de onpartijdigheid zou kunnen schaden.

De Afdeling oordeelde dat het wrakingsverzoek voor zover gericht tegen de positie van de Afdeling als rechtscollege buiten behandeling moest worden gelaten, omdat dit niet als wrakingsverzoek kon worden aangemerkt. Voor zover het verzoek betrekking had op de persoon van de staatsraad werd het afgewezen wegens onvoldoende aanwijzingen voor schending van onpartijdigheid.

De beslissing werd mondeling uitgesproken door de voorzitter en leden van de Afdeling in aanwezigheid van een ambtenaar van staat.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de staatsraad is afgewezen wegens onvoldoende grond voor schending van onpartijdigheid.

Uitspraak

201306806/2/A3.
Datum beslissing: 27 maart 2014
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge beslissing met overeenkomstige toepassing van artikel 8:67 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op een verzoek van:
[verzoeker], wonend te Rijssen, gemeente Rijssen-Holten,
verzoeker,
om toepassing van artikel 8:15 van Pro de Awb.
Procesverloop
Tijdens de openbare behandeling ter zitting van 27 maart 2014 van zaak nr. 201306806/1/A3 heeft [verzoeker] verzocht om wraking van mr. A.W.M. Bijloos (hierna: de staatsraad) als lid van de enkelvoudige kamer belast met de behandeling van die zaak.
De staatsraad heeft niet in de wraking berust.
De Afdeling heeft het wrakingsverzoek op 27 maart 2014 ter openbare zitting behandeld, waar [verzoeker], vertegenwoordigd door [gemachtigde], is gehoord. De staatsraad heeft geen gebruik gemaakt van de gelegenheid te worden gehoord.
Beslissing
Bij mondelinge beslissing van 27 maart 2014 heeft de Afdeling het verzoek om toepassing van artikel 8:15 van Pro de Awb deels buiten behandeling gelaten en voor het overige afgewezen. Daartoe heeft zij het volgende overwogen.
Overweging
1. Ingevolge artikel 8:15 van Pro de Awb kan op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
2. Het verzoek berust op het betoog dat de Afdeling als zodanig niet onafhankelijk is, temeer nu zij gelet op artikel 120 van Pro de Grondwet geen wetten aan de Grondwet mag toetsen. Daarnaast wordt het besluit dat in zaak nr. 201306806/1/A3 ter toetsing voorligt beoordeeld door het orgaan dat uit andere hoofde eerder betrokken was bij het totaal van de onderliggende dossiers en in dat kader bindende instructies heeft gegeven. Verder voert [verzoeker] aan dat de staatsraad in het verleden deel heeft uitgemaakt van zittingskamers waarin ook de huidige vicepresident, mr. J.P.H. Donner, zitting had. Donner was in het verleden als minister van Justitie betrokken bij het onderzoek naar de vuurwerkramp in Enschede.
2.1. Het verzoek wordt buiten behandeling gelaten voor zover het ziet op de positie van de Afdeling als rechtscollege. Het kan in zoverre niet als wrakingsverzoek worden aangemerkt.
2.2. Verder is de enkele omstandigheid dat de staatsraad deel heeft uitgemaakt van zittingskamers waarin tevens Donner zitting had, onvoldoende voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid van de staatsraad schade zou kunnen leiden. Het verzoek wordt daarom voor het overige afgewezen.
Aldus uitgesproken in het openbaar door mr. R. van der Spoel, voorzitter, en mr. C.J. Borman en mr. A.B.M. Hent, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Reuveny, ambtenaar van staat.
w.g. Van der Spoel w.g. Reuveny
voorzitter ambtenaar van staat
622.