ECLI:NL:RVS:2014:1346
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering omgevingsvergunning voor vellen coniferen in Apeldoorn
Het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn weigerde op 18 oktober 2011 een omgevingsvergunning voor het vellen van twee coniferen op een perceel in Apeldoorn. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank Gelderland die het college terugwees vanwege onvoldoende motivering, nam het college op 31 december 2013 een nieuw besluit waarin het bezwaar opnieuw ongegrond werd verklaard.
De rechtbank had geoordeeld dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom de coniferen onderdeel uitmaken van de ecologische structuur en waarom zij beeldbepalend zijn voor het stads- en dorpsschoon. Het college baseerde het nieuwe besluit op een advies van een bomendeskundige die stelde dat de coniferen Cipressen zijn met een hoge levensverwachting en zichtbaarheid, en daarom beeldbepalend zijn.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het college voldoende heeft gemotiveerd waarom de vergunning geweigerd is in het belang van de handhaving van waarden van stads- en dorpsschoon. Het beroep van de wederpartij is ongegrond verklaard. Het college is veroordeeld tot een beperkte proceskostenvergoeding en het griffierecht is vastgesteld.
De zaak illustreert het belang van een zorgvuldige belangenafweging en motivering bij vergunningverlening op grond van de APV en beleidsnota's omtrent bomenstructuur en stadsbeeld.
Uitkomst: Het beroep van de wederpartij wordt ongegrond verklaard en de weigering van de omgevingsvergunning wordt bevestigd.