ECLI:NL:RVS:2014:1366
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroepen tegen vaststelling bestemmingsplan Hoge en Lage Bergse Bos
Bij besluit van 27 juni 2013 stelde de raad van de gemeente Lansingerland het bestemmingsplan "Hoge en Lage Bergse Bos" vast. Tegen dit besluit stelden twee appellanten beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Appellant sub 2 betoogde dat de op zijn perceel aanwezige bebouwing, die al circa 50 jaar bestond en waarvoor een gedoogbeschikking uit 1989 was afgegeven, als zodanig in het bestemmingsplan had moeten worden bestemd. De Raad oordeelde dat de gedoogbeschikking alleen betrekking had op een beschermluifel en dat de bebouwing geen bouwvergunning had. Daarnaast was het perceel gelegen in een cultuurhistorisch dijklint met een lage bebouwingsdichtheid, waardoor het bestemmingsplan de bebouwing niet als zodanig bestemde. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel en eerdere overeenkomsten faalde.
Appellant sub 1 stelde dat het plan onvoldoende rekening hield met zijn bouwvoornemen voor een dierenverblijf op zijn perceel. De Raad stelde vast dat het bouwplan nog niet ruimtelijk aanvaardbaar was ten tijde van de vaststelling van het plan, mede door wijzigingen in maatvoering en situering. De raad had het bouwplan meegenomen in de belangenafweging en mocht het niet opnemen in het bestemmingsplan.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde de beroepen ongegrond en wees proceskostenveroordelingen af.
Uitkomst: De beroepen tegen het bestemmingsplan zijn ongegrond verklaard en het plan blijft ongewijzigd van kracht.