ECLI:NL:RVS:2014:139
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.H. van Kreveld
- R.J.J.M. Pans
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Gedeeltelijke vernietiging revisievergunning milieubeheer wegens onjuiste meldtermijn ongewoon voorval
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant verleende op 26 april 2013 een revisievergunning aan Sita Recycling Services Zuid B.V. voor een afvalverwerkingsinrichting te Waalwijk. Sita stelde beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaak op 1 november 2013 en deed uitspraak op 22 januari 2014.
De kern van het geschil betrof onder meer de vraag of het college terecht had geoordeeld dat de inrichting een gpbv-installatie is in de zin van de IED-richtlijn en of de vergunningvoorschriften, waaronder lozingsnormen, bemonsteringsverplichtingen, opslagvoorschriften en meldingsplicht bij ongewone voorvallen, rechtmatig waren gesteld. De Afdeling oordeelde dat het college terecht uitging van de toepasselijkheid van de IED-richtlijn en dat de meeste vergunningvoorschriften in redelijkheid waren gesteld.
Wel werd geoordeeld dat het voorschrift dat ongewone voorvallen "terstond" moeten worden gemeld in strijd is met artikel 17.2 van de Wet milieubeheer, dat een meldtermijn "zo spoedig mogelijk" voorschrijft. Dit deel van het besluit werd vernietigd en vervangen door de juiste formulering. Het beroep werd voor het overige ongegrond verklaard en Sita kreeg vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot verlening van de revisievergunning wordt deels vernietigd vanwege een te strikte meldplicht; het woord 'terstond' wordt vervangen door 'zo spoedig mogelijk'.