ECLI:NL:RVS:2014:1400
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep inzake handhavingsbesluit bouwwerkzaamheden in Voorschoten
In deze zaak hebben de erven van de oorspronkelijke appellant hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank die het beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Voorschoten ongegrond verklaarde. Het college had eerder een verzoek van de appellant om handhavend op te treden tegen bouwwerkzaamheden op een perceel in Voorschoten afgewezen en het bezwaar daartegen ongegrond verklaard.
Tijdens de behandeling van het hoger beroep is vastgesteld dat de erven de woning op het betrokken perceel hebben verkocht en de eigendom hebben overgedragen. Hierdoor is niet gebleken dat zij nog een actueel en reëel belang hebben bij een oordeel over de aangevoerde gronden tegen de eerdere uitspraak.
De Raad van State overweegt dat de bestuursrechter slechts inhoudelijk kan oordelen wanneer er een actueel en reëel belang is. Het principiële belang dat de erven aanvoeren is onvoldoende om het hoger beroep ontvankelijk te verklaren. Daarom verklaart de Afdeling bestuursrechtspraak het hoger beroep niet-ontvankelijk en ziet zij af van een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een actueel en reëel belang.