ECLI:NL:RVS:2014:1453
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A. Hammerstein
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over herziening voorschot kinderopvangtoeslag 2008
De Belastingdienst stelde bij besluit van 8 mei 2012 het aan de wederpartij toegekende voorschot kinderopvangtoeslag over 2008 vast op € 6.732,00, uitsluitend voor de periode januari tot en met augustus 2008 via gastouderbureau A. Voor de periode september tot en met december 2008 via gastouderbureau B werd het voorschot op nihil gesteld omdat geen geldige overeenkomst was overgelegd.
De rechtbank oordeelde echter dat de door de wederpartij overgelegde stukken, waaronder een overeenkomst met gastouderbureau B en aanvullende documenten, voldoende waren om aan te tonen dat er een geldige overeenkomst bestond conform de wettelijke eisen. De Belastingdienst stelde hiertegen bezwaar en voerde aan dat de overeenkomst niet voldeed aan de vereisten van de Wet kinderopvang en de Regeling.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat ondanks het ontbreken van enkele gegevens in de overeenkomst, de afspraken over kinderopvang via gastouderbureau B voldoende waren aangetoond. De kinderopvang was een voortzetting van de opvang via gastouderbureau A met dezelfde gastouder. Hierdoor was de Belastingdienst ten onrechte uitgegaan van geen recht op toeslag voor de laatste periode van 2008.
De Afdeling bestuursrechtspraak verklaarde het hoger beroep van de Belastingdienst ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Tevens werd de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de wederpartij en werd griffierecht geheven.
Uitkomst: Het hoger beroep van de Belastingdienst wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.