ECLI:NL:RVS:2014:1464
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bewaring vreemdeling ondanks klacht over ontbreken bedenktijd slachtoffer mensenhandel
De vreemdeling werd op 8 februari 2014 in vreemdelingenbewaring gesteld. Hij voerde aan dat hij slachtoffer was van mensenhandel en dat hem ten onrechte geen bedenktijd was aangeboden, zoals vereist volgens de Vreemdelingencirculaire 2000 en de Europese richtlijn 2004/81/EG.
De rechtbank had het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. De Raad van State oordeelde dat de vreemdeling pas kort na de inbewaringstelling tijdens het identiteitsgehoor melding maakte van misbruik, waardoor de bedenktijd alleen verleend kan worden met instemming van het Openbaar Ministerie en de politie.
Nader onderzoek door gespecialiseerde politiefunctionarissen was nog gaande ten tijde van de uitspraak, zodat de rechtbank niet kon oordelen dat de bewaring onrechtmatig was. De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank, met een verbetering van de motivering, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de bewaring van de vreemdeling en verklaart het hoger beroep ongegrond.