ECLI:NL:RVS:2014:15
Raad van State
- Hoger beroep
- Th.C. van Sloten
- J. Kramer
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over last onder dwangsom waterkering
Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden legde op 8 november 2011 een last onder dwangsom op aan de wederpartij wegens overtreding van artikel 3.1 van de Keur. De rechtbank Utrecht verklaarde het college niet bevoegd en vernietigde het besluit. Het college stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het bouwwerk van de wederpartij wel degelijk binnen de waterkering lag zoals bedoeld in de Keur, gebaseerd op de Legger en beleidsregels. Hierdoor was artikel 3.1, eerste lid, onder b, overtreden en was het college bevoegd handhavend op te treden. De rechtbank had dit ten onrechte anders beoordeeld.
De Afdeling behandelde vervolgens de beroepsgronden van de wederpartij, waaronder het betoog dat er sprake was van concreet zicht op legalisatie en het gelijkheidsbeginsel. Deze gronden werden verworpen omdat het bouwwerk niet als klein bouwwerk kon worden aangemerkt en de andere bouwwerken niet vergelijkbaar waren.
Ook het bezwaar tegen de hoogte van de dwangsom werd ongegrond verklaard. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep van de wederpartij ongegrond, waarmee het college in het gelijk werd gesteld.
Uitkomst: Het beroep van de wederpartij wordt ongegrond verklaard en het college is bevoegd tot handhaving wegens overtreding van de Keur.