ECLI:NL:RVS:2014:1507
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- J.A. Hagen
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit planschadevergoeding gemeente Houten wegens onjuiste grondslag
Het college van burgemeester en wethouders van Houten kende aan belanghebbenden A en C planschadevergoeding toe vanwege waardedaling van hun woningen door een vrijstelling van het bestemmingsplan. Appellante stelde bezwaar tegen deze vergoeding en het college verklaarde dit bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel, waarna appellante hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het nieuwbouwterrein uitsluitend voor wonen bestemd was en dat bij de planvergelijking ook de mogelijkheid van vrijstelling voor agrarische bebouwing had moeten worden betrokken. Hierdoor was het besluit van het college strijdig met artikel 49 van Pro de WRO, artikel 6.1 van de Wro en artikel 7:12 van Pro de Awb. De Afdeling vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, maar bepaalde dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.
Na een nadere planvergelijking door de SAOZ, waarbij de agrarische vrijstelling werd betrokken, bleef de conclusie bestaan dat de woningen in waarde waren gedaald. Het college herzag daarop het schadebedrag, maar ook dit besluit werd door de Afdeling vernietigd wegens onjuiste grondslag. Tot slot werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het besluit van het college over de planschadevergoeding wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.