ECLI:NL:RVS:2014:1515
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen verlenging termijn achterstallig onderhoud
In deze zaak heeft het dagelijks bestuur van de deelgemeente Delfshaven aan appellante per brief van 10 juli 2012 meegedeeld dat de termijn voor het uitvoeren van achterstallig onderhoud is verlengd tot 1 januari 2013. Appellante maakte bezwaar tegen deze brief, stellende dat deze een besluit met rechtsgevolgen inhoudt. Het dagelijks bestuur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
Appellante stelde in hoger beroep dat de brief wel een besluit is omdat deze gericht is op handhaving en het opleggen van een verplichting. De Raad van State overwoog dat de brief geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, Awb is, omdat deze geen in rechte afdwingbare verplichting oplegt maar slechts een termijn verlengt zonder rechtsgevolg. Ook het ontbreken van overleg maakt dit niet anders.
De Raad van State concludeerde dat het afwachten van een formeel besluit over het achterstallig onderhoud niet onevenredig bezwarend is en dat de brief geen besluit vormt. Het hoger beroep is daarom ongegrond en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de brief geen besluit is en verklaart het hoger beroep ongegrond.