ECLI:NL:RVS:2014:1519
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J. Kramer
- R. Uylenburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handhavingslast tegen vermeende detailhandelsactiviteiten buiten overgangsrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Ede legde aan appellante diverse handhavingslasten op vanwege het zonder vergunning uitvoeren van bouwwerkzaamheden, terreinverharding, buitenopslag en detailhandelsactiviteiten op haar perceel. Appellante voerde onder meer aan dat de volière een toegestaan hulpgebouw was en dat detailhandel beperkt bleef tot het overgangsrecht. De rechtbank verklaarde het beroep deels gegrond en vernietigde enkele besluiten, maar handhaafde de dwangsommen en overige lasten.
In hoger beroep betoogde appellante dat het college niet bevoegd was tot handhaving tegen detailhandel buiten het overgangsrecht, omdat onvoldoende is aangetoond dat dergelijke activiteiten plaatsvinden. De Afdeling oordeelde dat het college onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat detailhandel plaatsvindt buiten het overgangsrecht en vernietigde de last IV voor zover die betrekking had op dergelijke detailhandel. De overige handhavingslasten en dwangsommen werden bevestigd.
Daarnaast werd geoordeeld dat het college terecht niet heeft verlengd de begunstigingstermijn en de invordering van dwangsommen. Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante. De uitspraak vervangt het vernietigde besluit en bevestigt dat detailhandel buiten het overgangsrecht niet zonder meer kan worden gehandhaafd zonder voldoende bewijs.
Uitkomst: Het beroep van appellante wordt gegrond verklaard en de last IV tegen detailhandel buiten het overgangsrecht wordt vernietigd; overige lasten en dwangsommen blijven gehandhaafd.