ECLI:NL:RVS:2014:1524
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- G.M.H. Hoogvliet
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake gebiedsverbod Gelkingestraat Groningen
De burgemeester van Groningen legde appellant een gebiedsverbod op voor de Gelkingestraat en omgeving van 21 januari 2011 tot 24 maart 2011 vanwege risico's voor de openbare orde. Appellant maakte bezwaar, dat door de burgemeester werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, omdat het gebiedsverbod niet meer van kracht was en de vorderingen van appellant niet tegen de burgemeester, maar tegen een derde partij (WBW) waren gericht.
De Raad van State oordeelde echter dat appellant wel een rechtens te beschermen belang heeft bij beoordeling van de rechtmatigheid van het gebiedsverbod, omdat het een publiekelijke afwijzing van zijn gedrag inhoudt en zijn eer en goede naam kan schaden. De uitspraak van de rechtbank werd daarom vernietigd en het beroep van appellant bij de Raad van State inhoudelijk beoordeeld.
Uit het beroepschrift bleek dat appellant vorderingen richtte op WBW, een partij die niet betrokken is bij het bestuursrechtelijke gebiedsverbod. De Raad van State concludeerde dat het beroep tegen het besluit van de burgemeester ongegrond is, omdat de burgemeester het gebiedsverbod baseerde op concrete feiten en omstandigheden die niet gemotiveerd werden betwist door appellant. Het beroep op samenspanning tussen burgemeester en WBW werd verworpen.
De Raad van State besliste het griffierecht terug te betalen aan appellant en sprak geen proceskostenveroordeling uit. Hiermee werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep bij de rechtbank alsnog ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het gebiedsverbod is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.