ECLI:NL:RVS:2014:1527
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- G.M.H. Hoogvliet
- B.J. van Ettekoven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen inschrijving op puntadres in gemeentelijke basisadministratie
Appellant huurde een pand in Groningen, maar na een renovatie en daaropvolgende civiele procedures werd hij uit het pand verwijderd. Het college schreef appellant ambtshalve per 31 maart 2011 in op een puntadres, omdat hij niet meer op het oorspronkelijke adres verbleef. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze inschrijving niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang, aangezien de inschrijving op het puntadres inmiddels was beëindigd.
Appellant stelde dat hij wel belang had, omdat de inschrijving hem verhinderde civielrechtelijke maatregelen tegen de verhuurder te treffen en hij mogelijk schade had geleden door de inschrijving. De Afdeling oordeelde echter dat het belang ontbrak, omdat de inschrijving al was beëindigd en appellant niet aannemelijk had gemaakt dat een vernietiging van het besluit zijn positie in een civiele procedure zou versterken.
De Afdeling stelde ook vast dat de inschrijving op het puntadres geen aantasting van eer en goede naam inhoudt, in tegenstelling tot bijvoorbeeld een gebiedsverbod. Daarom was er geen reden voor inhoudelijke behandeling van het beroep. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd wegens gebrek aan belang bij het beroep.