ECLI:NL:RVS:2014:1532
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- J.C. Kranenburg
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding planschade door planologische wijziging in Veenendaal
Appellant verzocht het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal om vergoeding van planschade naar aanleiding van het bestemmingsplan "Veenendaal-Oost". Het college wees dit verzoek af, waarna appellant bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege gebreken in de motivering, maar hield de rechtsgevolgen in stand. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of het nieuwe bestemmingsplan een planologische verslechtering voor appellant opleverde die een vergoeding van planschade rechtvaardigt. Appellant stelde dat het nieuwe plan leidde tot een aanzienlijke toename van bebouwing, verkeersdruk en hinder, waardoor zijn woongenot en de waarde van zijn percelen waren aangetast.
De Afdeling overwoog dat het college zijn besluit baseerde op deskundig advies van het Juridisch en Bestuurlijk Adviescentrum (JBA), dat concludeerde dat geen planologische verslechtering was opgetreden. Dit werd bevestigd door een deskundigenbericht van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak (StAB). De door appellant ingeschakelde deskundige kwam tot een andere conclusie, maar dit maakte het advies van het college niet onzorgvuldig of onjuist.
De Afdeling vond dat de rechtbank het oordeel van het college terecht had bevestigd en het hoger beroep ongegrond was. De uitspraak van de rechtbank werd voor zover aangevallen bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.