ECLI:NL:RVS:2014:1541
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek tot wijziging van geslachtsnaam door staatssecretaris
Appellant verzocht de staatssecretaris om wijziging van zijn geslachtsnaam, maar dit verzoek werd bij besluit van 17 augustus 2012 afgewezen. Tegen dit besluit maakte appellant bezwaar dat eveneens ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het daarop ingestelde beroep ongegrond. Appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het hoger beroep behandeld en overwogen dat op grond van artikel 4, eerste lid, aanhef en onder b, van het Besluit geslachtsnaamswijziging de geslachtsnaam slechts gewijzigd kan worden indien deze krachtens artikel 3 van Pro dat besluit of artikel 1:253t, vijfde lid, van het Burgerlijk Wetboek was gewijzigd tijdens minderjarigheid. Dit was in het geval van appellant niet het geval.
De Raad van State oordeelde dat appellant onvoldoende heeft gemotiveerd dat er sprake is van een wettelijke grondslag voor wijziging van zijn geslachtsnaam en dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de staatssecretaris de wettelijke mogelijkheden correct heeft toegepast. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.