ECLI:NL:RVS:2014:1543
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- Rechtspraak.nl
Vernietiging huisverbod wegens schending rechtszekerheid en hoorplicht
De burgemeester van Zeevang legde op 24 april 2013 een tijdelijk huisverbod op aan appellant vanwege vermoedens van huiselijk geweld binnen het gezin. De voorzieningenrechter verklaarde het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond. Appellant stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het huisverbod onduidelijk was vastgesteld qua aanvangstijdstip, waardoor appellant in onzekerheid verkeerde over zijn rechtspositie. Tevens was appellant niet vooraf in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze kenbaar te maken, wat een schending van artikel 4:8, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht inhoudt.
Hoewel het huisverbod inhoudelijk gerechtvaardigd was vanwege het ernstige en onmiddellijke gevaar voor de veiligheid van gezinsleden, vernietigde de Raad van State het besluit en de uitspraak van de voorzieningenrechter. De rechtsgevolgen van het huisverbod bleven echter in stand voor de periode vanaf het moment dat appellant het huisverbod daadwerkelijk werd aangezegd. De burgemeester werd tevens veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het huisverbod wordt vernietigd wegens schending van het recht op hoor en wederhoor en onduidelijkheid over het tijdstip, maar de rechtsgevolgen blijven deels in stand.