ECLI:NL:RVS:2014:1547
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering kinderopvangtoeslag wegens ontbreken geldige overeenkomst
De Belastingdienst/Toeslagen stelde bij besluit van 2 oktober 2010 het aan appellant toegekende voorschot kinderopvangtoeslag over 2008 vast op nihil. Na bezwaar werd het voorschot bij besluiten van november 2012 vastgesteld op €2.229,00, maar de rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze besluiten ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat de overeenkomst met het gastouderbureau niet voldeed aan de eisen, en dat de Belastingdienst het vertrouwensbeginsel had geschonden.
De Raad van State overwoog dat op grond van artikel 52 van Pro de Wet kinderopvang en artikel 11 van Pro de Regeling Wet kinderopvang de overeenkomst tussen ouder en gastouderbureau onder meer de prijs per uur moet bevatten. De door appellant overgelegde overeenkomst bevatte deze prijs niet, zodat deze niet voldeed aan de wettelijke eisen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat appellant niet had gesteld dat de Belastingdienst hem had medegedeeld dat de overeenkomst aan de eisen voldeed.
De Raad van State bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Hoger beroep ongegrond; geen aanspraak op kinderopvangtoeslag wegens ontbreken geldige overeenkomst.