ECLI:NL:RVS:2014:1549
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag over 2009 wegens ontbreken geldige registratie en overeenkomst
De Belastingdienst/Toeslagen stelde bij besluit van 24 december 2010 de kinderopvangtoeslag van appellant over 2009 op nihil vast en vorderde terugbetaling van het voorschot. Appellant maakte bezwaar, dat ongegrond werd verklaard. De rechtbank vernietigde dit besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat appellant geen geldige overeenkomst kon overleggen en de opvang niet in het centrale register stond noch over een geldige exploitatievergunning beschikte.
Appellant voerde aan dat hij gerechtvaardigd vertrouwen had op toeslag omdat hij deze in 2008 onder vergelijkbare omstandigheden ook ontving en dat het beoordelen van de opvanginstelling complex is. De rechtbank oordeelde echter dat aanspraak op toeslag per jaar moet worden beoordeeld en dat het ontbreken van een overeenkomst en registratie doorslaggevend is.
De Raad van State bevestigt het oordeel van de rechtbank en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak op 30 april 2014.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de kinderopvangtoeslag over 2009 wordt bevestigd.