ECLI:NL:RVS:2014:1554
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vaststelling gegrondheid hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel en weigering toepassing artikel 64 Vreemdelingenwet 2000
Bij besluiten van 29 mei 2013 heeft de staatssecretaris de aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en ambtshalve geweigerd om toepassing van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 te bepalen dat uitzetting achterwege blijft. De voorzieningenrechter had deze besluiten vernietigd en de staatssecretaris opgedragen nieuwe besluiten te nemen.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat de voorzieningenrechter ten onrechte het vereiste van positieve overtuigingskracht toepaste bij de beoordeling van het asielrelaas van de vreemdelingen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat dit vereiste wel degelijk van toepassing is en vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter.
De Afdeling toetste vervolgens de besluiten van de staatssecretaris aan de beroepsgronden van de vreemdelingen. De vreemdelingen voerden onder meer aan dat vreemdeling 1 in negatieve belangstelling staat van de Iraanse autoriteiten en dat medische klachten een beletsel vormen voor uitzetting. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het asielrelaas positieve overtuigingskracht ontbeerde en dat geen sprake was van een risico op schending van artikel 3 EVRM Pro.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de voorzieningenrechter en verklaarde de beroepen van de vreemdelingen ongegrond. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en de beroepen van de vreemdelingen worden ongegrond verklaard.