ECLI:NL:RVS:2014:1564
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing kinderopvangtoeslag 2009 en proceskostenveroordeling Belastingdienst
De zaak betreft hoger beroep van een appellant tegen uitspraken van de rechtbank Den Haag inzake de vaststelling en nihilstelling van kinderopvangtoeslag over 2008 en 2009 door de Belastingdienst/Toeslagen.
Voor 2008 is de definitieve vaststelling van de toeslag op nihil gesteld, maar de Belastingdienst heeft in hoger beroep erkend dat dit onterecht was en het beroep voor dat jaar ingetrokken. Voor 2009 heeft appellant betoogd dat zij kosten voor kinderopvang heeft gemaakt, maar zij kon dit niet voldoende aantonen met bewijsstukken zoals bankafschriften die contante betalingen onderbouwen.
De rechtbank heeft het beroep over 2009 ongegrond verklaard en de Raad van State bevestigt dit oordeel. De Belastingdienst mocht op grond van de ingediende stukken afzien van het horen van appellant in bezwaar. De Raad oordeelt dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij door de procedure in haar belangen is geschaad.
De Raad veroordeelt de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten voor het beroep en hoger beroep over 2008, maar wijst een vergoeding van proceskosten voor het bezwaar af omdat appellant dit niet heeft verzocht. Het griffierecht wordt aan appellant vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep over 2009 wordt ongegrond verklaard en de Belastingdienst wordt veroordeeld tot proceskostenvergoeding over 2008.