ECLI:NL:RVS:2014:1566
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- Th.C. van Sloten
- J.C. Kranenburg
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan voor groenstrook nabij Generaal Vetterstraat wegens strijd met zorgvuldigheid
Bij besluit van 29 mei 2013 stelde de deelraad het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Schinkel - Aalsmeerplein e.o." vast. De Stichting Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium (NLR) en de Vereniging Woonschepen Zuid en anderen (VWZ en anderen) stelden beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak behandelde de zaak op 24 februari 2014.
Het NLR betwistte de toekenning van de dubbelbestemming "Waarde - Cultuurhistorie" aan de westvleugel en de voormalige elektriciteitscentrale op haar perceel, omdat deze dubbelbestemming onredelijk bezwarend zou zijn en het overleg hierover ontbrak. De Afdeling oordeelde dat overleg niet verplicht is en dat de deelraad zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat de dubbelbestemming passend was, mede gelet op het cultuurhistorisch rapport en het verschil met monumentenbescherming.
VWZ en anderen voerden onder meer aan dat de groenstrook tegenover Generaal Vetterstraat 75-77 onvoldoende beschermd is, dat bouwmogelijkheden onduidelijk zijn, en dat het plan in strijd is met de Structuurvisie Amsterdam 2040. De Afdeling oordeelde dat het plan onduidelijkheid bevatte over de mogelijke realisatie van een brug, wat strijdig is met de zorgvuldigheid. Ook werd geoordeeld dat het beroep van VWZ en anderen deels niet-ontvankelijk was wegens het niet tijdig indienen van zienswijzen en gebrek aan belang.
De Afdeling verklaarde het beroep van VWZ en anderen voor een deel gegrond en vernietigde het bestemmingsplan voor zover het de groenstrook betrof. Het beroep van het NLR werd ongegrond verklaard. De deelraad werd opgedragen het plan binnen vier weken te herzien en VWZ en anderen werden proceskosten toegekend.
Uitkomst: Het bestemmingsplan wordt vernietigd voor het plandeel met bestemming Groen nabij Generaal Vetterstraat 75-77 wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel; het beroep van NLR wordt ongegrond verklaard.