ECLI:NL:RVS:2014:1573
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Helder
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen bestemmingsplan en niet tijdig besluit gemeente Veenendaal
Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de raad van de gemeente Veenendaal op zijn bezwaarschrift tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een bestemmingsplan voor de bouw van een woning op een perceel.
De raad heeft uiteindelijk op 26 september 2013 een besluit genomen waarin het bezwaar ongegrond werd verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk is geworden omdat het besluit inmiddels is genomen. Tevens is geen dwangsom verschuldigd omdat het bestemmingsplan niet onder de dwangsomregeling valt.
Appellant stelt dat het college in 1999 een toezegging heeft gedaan om medewerking te verlenen aan de woningbouw, en dat gewijzigde omstandigheden, waaronder een verklaring van geen bezwaar van de provincie, dit rechtvaardigen. De raad stelt dat het college destijds een voorbehoud maakte en dat het gemeentelijk en provinciaal beleid gericht is op het tegenhouden van niet aan het landelijk gebied gebonden functies, en dat het perceel niet in een kernrandzone ligt.
De Afdeling toetst terughoudend en oordeelt dat de raad in redelijkheid heeft kunnen besluiten af te wijken van de bouwplannen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt omdat de raad zelf geen concrete, ondubbelzinnige toezegging heeft gedaan. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is niet-ontvankelijk en het beroep tegen het raadsbesluit van 26 september 2013 is ongegrond verklaard.