ECLI:NL:RVS:2014:1577
Raad van State
- Hoger beroep
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Nederlandse nationaliteit wegens onvoldoende bewijs identiteit en nationaliteit
Appellant heeft sinds zijn vierde jaar onafgebroken in Nederland verbleven en verzocht om bevestiging van zijn Nederlandse nationaliteit op grond van artikel 6 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap. De burgemeester weigerde dit omdat appellant niet voldoende bewijs kon leveren van zijn identiteit en nationaliteit, mede vanwege discrepanties tussen de geboorteakte en de gemeentelijke basisadministratie (GBA).
Appellant voerde aan dat hij decennialang gebruik heeft gemaakt van de gegevens in de GBA en dat hij een advocaat in Frankrijk had ingeschakeld om zijn geboorteakte te laten corrigeren. De Raad van State oordeelde echter dat de burgemeester bevoegd was bewijs te verlangen en dat appellant niet had aangetoond dat hij alles had gedaan om zijn identiteit en nationaliteit met documenten te staven.
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de identiteit en nationaliteit van appellant niet konden worden vastgesteld. Het verzoek tot aanhouding van de procedure om aanvullende documenten te overleggen werd afgewezen omdat deze documenten in de bestuurlijke fase hadden moeten worden ingebracht. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de burgemeester om de Nederlandse nationaliteit van appellant te bevestigen wegens onvoldoende bewijs van identiteit en nationaliteit.