ECLI:NL:RVS:2014:1582
Raad van State
- Hoger beroep
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring hoger beroep tegen vernietiging besluit asbestsanering en dwangsom
Het college van burgemeester en wethouders van Koggenland legde een dwangsom op aan [wederpartij] om binnen vier weken het asbest op zijn perceel te saneren door een gecertificeerd bedrijf. [Wederpartij] maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank Noord-Holland oordeelde echter dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom een termijn van vier weken voldoende was en vernietigde het besluit.
Het college stelde in hoger beroep dat de korte termijn gerechtvaardigd was vanwege het risico voor de volksgezondheid, dat het terrein was afgezet en dat spoedeisende bestuursdwang niet noodzakelijk was. Ook betoogde het college dat persoonlijke omstandigheden van [wederpartij] geen rol spelen bij de termijnstelling en dat er voldoende tijd was om een gecertificeerd bedrijf in te schakelen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom vier weken voldoende was. Het college mocht rekening houden met het risico en het feit dat het terrein was afgezet, en hoefde geen spoedeisende bestuursdwang toe te passen. Persoonlijke omstandigheden gaven geen aanleiding tot een langere termijn, zeker gezien het tijdsverloop en het ontbreken van een verzoek tot verlenging.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het besluit van het college ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het college wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.