ECLI:NL:RVS:2014:1607
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- N. Verheij
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling onbevoegdheid hoger beroep en afwijzing verzoek herziening in vreemdelingenbewaring
Bij besluit van 7 december 2013 is de vreemdeling in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit aanvankelijk ongegrond, maar gaf in een latere uitspraak van 6 maart 2014 het verzoek om herziening van de vreemdeling en het beroep tegen het voortduren van de bewaring alsnog gegrond, en kende schadevergoeding toe.
De staatssecretaris stelde hiertegen hoger beroep in. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat zij onbevoegd was om kennis te nemen van het hoger beroep voor zover dit betrekking had op het voortduren van de bewaring, omdat de wet dit uitsluit. De Afdeling stelde vast dat de rechtbank ten onrechte het verzoek om herziening had toegewezen, omdat de onrechtmatigheid van de strafrechtelijke staandehouding niet leidend had mogen zijn voor de beoordeling van de rechtmatigheid van de vreemdelingenbewaring.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank van 6 maart 2014 voor zover die het verzoek om herziening betrof en wees het verzoek alsnog af. Er bestond geen grond voor toekenning van schadevergoeding over de periode van 7 december 2013 tot en met 19 december 2013. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de vreemdeling wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover het verzoek was toegewezen.