ECLI:NL:RVS:2014:1687
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening nihilstelling voorschotten kinderopvangtoeslag 2009 wegens ontbreken schriftelijke overeenkomst
De Belastingdienst/Toeslagen stelde bij besluiten van 5 september 2012 de aan appellant toegekende voorschotten kinderopvangtoeslag over 2008 en 2009 op nihil. Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, dat voor 2008 gegrond werd verklaard en voor 2009 ongegrond. De rechtbank vernietigde het besluit over 2008, maar verklaarde het beroep over 2009 ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte niet had erkend dat de door haar overgelegde schriftelijke overeenkomsten voldeden aan de eisen van artikel 52 van Pro de Wet kinderopvang en artikel 11 van Pro de Regeling Wet kinderopvang. De Afdeling overwoog dat de overeenkomst waarop de aanspraak op toeslag is gebaseerd, alle gegevens moet bevatten zoals vermeld in artikel 11, derde lid, aanhef en onder c, van de Regeling. De door appellant overgelegde overeenkomst tussen haar en het gastouderbureau uit 2008 bevatte niet alle vereiste gegevens, terwijl de latere overeenkomst die wel volledig was, door de rechtbank terecht niet werd erkend vanwege de latere datum en het ontbreken van een volledige overeenkomst tussen appellant en het gastouderbureau.
De Afdeling concludeerde dat de rechtbank de schriftelijke overeenkomsten terecht niet toereikend achtte om de toeslag voor 2009 toe te kennen en verklaarde het hoger beroep ongegrond. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de nihilstelling van de voorschotten kinderopvangtoeslag over 2009 wordt bevestigd.