ECLI:NL:RVS:2014:1688
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over omgevingsvergunning erfafscheiding wegens onjuiste hoogtebepaling
Het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad weigerde handhavend op te treden tegen de erfafscheiding van wederpartij op een perceel, waarna appellant bezwaar maakte en hoger beroep instelde tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland. De rechtbank oordeelde dat de erfafscheiding zonder omgevingsvergunning kon worden opgericht, omdat de hoogte gemeten werd vanaf de opgehoogde grond.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat de hoogte van de erfafscheiding moet worden gemeten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij niet-natuurlijke ophogingen buiten beschouwing blijven. De ophoging van het perceel past niet bij het natuurlijke verloop van het terrein en was niet noodzakelijk voor de erfafscheiding. Hierdoor is de erfafscheiding hoger dan 2 meter en is een omgevingsvergunning vereist.
De Afdeling verklaart het hoger beroep van appellant gegrond, vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep van wederpartij ongegrond. Het college moet een nieuw besluit nemen over het verzoek om handhaving. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan appellant terugbetaald.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van wederpartij ongegrond verklaard.