ECLI:NL:RVS:2014:1701
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing aanvraag document rechtmatig verblijf gemeenschapsonderdaan
De staatssecretaris heeft op 6 november 2012 de aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document dat rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan aantoont, afgewezen. Tegen dit besluit maakte de vreemdeling bezwaar, dat op 11 oktober 2013 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank, welke op 13 februari 2014 het beroep ongegrond verklaarde.
De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State. De termijn voor het indienen van het hogerberoepschrift was vier weken na verzending van de uitspraak van de rechtbank, die op 14 februari 2014 werd verzonden. De vreemdeling diende het hogerberoepschrift echter pas op 19 maart 2014 in, na afloop van de termijn.
De advocaat van de vreemdeling voerde aan dat hij op de laatste dag van de termijn had geprobeerd het hogerberoepschrift per fax te verzenden, maar dat dit niet was aangekomen door een fout. De Raad van State oordeelde dat het risico van het niet aankomen van het faxbericht voor rekening van de vreemdeling blijft, zeker omdat er geen storing was bij de Raad van State en de verzending op het laatste moment plaatsvond.
Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig indienen van het hogerberoepschrift.