ECLI:NL:RVS:2014:1703
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening inzake bevoegdheidsovergang bij mvv-aanvragen
De zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening van de minister van Buitenlandse Zaken tegen een uitspraak van de rechtbank die het bezwaar van vreemdelingen tegen de afwijzing van hun machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) gegrond verklaarde. De rechtbank had het besluit van 17 juli 2013 vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen.
De voorzitter overweegt dat per 1 juni 2013 de bevoegdheid voor mvv-aanvragen is overgegaan van de minister van Buitenlandse Zaken naar de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie. Omdat de aanvraag in deze zaak vóór die datum is ingediend, kan de minister geen hoger beroep instellen; dit is voorbehouden aan de staatssecretaris. Toch wordt het hoger beroep van de minister voorlopig als ingediend door de staatssecretaris beschouwd.
De voorzitter concludeert dat het verzoek om een voorlopige voorziening gegrond is, omdat het niet uitgesloten is dat de uitspraak van de rechtbank zal worden vernietigd. Er zijn geen bijzondere belangen die onmiddellijke uitvoering van de uitspraak rechtvaardigen. Daarom hoeft de staatssecretaris geen nieuw besluit te nemen voordat op het hoger beroep is beslist.
Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan op 30 april 2014 door voorzitter N. Verheij.
Uitkomst: De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie hoeft geen nieuw besluit te nemen voordat op het hoger beroep is beslist.