ECLI:NL:RVS:2014:1795
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J. Kramer
- R. Uylenburg
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke bevestiging weigering bouwvergunning bio-ethanolinstallatie wegens strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Noordenveld legde aan appellant een preventieve last onder dwangsom op vanwege het in gebruik nemen van een bio-ethanolinstallatie zonder vergunning. Tevens werd een bouwvergunning geweigerd voor het vergroten van een opslagloods ten behoeve van de productie van bio-ethanol. Appellant stelde beroep in tegen deze besluiten, dat door de rechtbank werd afgewezen. In hoger beroep bevestigde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State deze uitspraak.
De Afdeling overwoog dat de bio-ethanolinstallatie niet valt onder de omschrijving van een agrarisch bedrijf zoals bedoeld in het bestemmingsplan, omdat het produceren van bio-ethanol niet wordt aangemerkt als het voortbrengen van een agrarisch product. De productie werd gezien als een industriële activiteit die niet als toegestane ondergeschikte nevenactiviteit kan worden beschouwd. Ook was het bouwplan in strijd met het bestemmingsplan.
Verder oordeelde de Afdeling dat het college bevoegd was tot het opleggen van een preventieve last onder dwangsom, omdat het gevaar van overtreding klaarblijkelijk dreigde. Er was geen concreet zicht op legalisatie van de overtreding en geen bijzondere omstandigheden die handhaving onredelijk maakten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak dat de bio-ethanolinstallatie in strijd is met het bestemmingsplan en het college bevoegd was tot het opleggen van een preventieve last onder dwangsom.