ECLI:NL:RVS:2014:1839
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand voor voornaamswijziging wegens ontbreken zwaarwegend belang
De appellant verzocht om een toevoeging voor rechtsbijstand om zijn voornaam te wijzigen van "Rachid" naar "Richard". De raad voor rechtsbijstand wees dit verzoek af omdat niet was aangetoond dat de aan de rechtsbijstand verbonden kosten in redelijke verhouding stonden tot het belang van de zaak.
De rechtbank Oost-Brabant verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant voerde aan dat hij hinder ondervindt van zijn voornaam doordat mensen voorbarige conclusies trekken over zijn afkomst en geloof, wat volgens hem tot discriminatie leidt. Hij wees erop dat een andere rechtbank zijn verzoek tot voornaamswijziging wel had toegewezen.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de raad als uitgangspunt hanteert dat geen toevoeging wordt verstrekt voor voornaamswijziging, tenzij er aantoonbare hinder is in het maatschappelijke functioneren. Appellant had onvoldoende concreet gemaakt hoe hij daadwerkelijk hinder ondervindt. Het enkele feit dat er vervelende opmerkingen worden gemaakt, zonder nadere onderbouwing of bewijs van psychische klachten, volstaat niet.
De Afdeling bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de toevoeging voor rechtsbijstand wegens ontbreken van zwaarwegende belangen.