ECLI:NL:RVS:2014:1885
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- E. Steendijk
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid college tot handhaving bij kamerverhuur in strijd met bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven wees een verzoek af om handhavend op te treden tegen kamerverhuur in een pand dat volgens het bestemmingsplan uitsluitend voor woondoeleinden bestemd is. De rechtbank verklaarde het beroep van de wederpartij gegrond en vernietigde het besluit van het college. Het college en een appellant gingen in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het gebruik van het pand voor kamerverhuur in strijd is met het bestemmingsplan "Woensel Noord-Oost 2007" en dat het college bevoegd is om handhavend op te treden.
De Afdeling overwoog dat het overgangsrecht niet van toepassing is omdat het gebruik reeds in strijd was met het voorgaande bestemmingsplan en daarom niet mocht worden voortgezet. De vergunning voor kamerverhuur verleend in 2004 kon niet verhinderen dat het college handhavend optreedt tegen het strijdig gebruik. Verder werd geoordeeld dat het college de omzettingsvergunning niet kon intrekken op grond van de Huisvestingswet en dat de huisvestingsverordening 2010 niet deugdelijk was in zoverre.
Ten aanzien van geluidsoverlast stelde de Afdeling dat het college redelijkerwijs kon afzien van nader onderzoek omdat er op het moment van controle slechts één huurder was en er maatregelen waren getroffen. Het beroep van de wederpartij tegen het besluit van 8 november 2013 werd gegrond verklaard en het besluit vernietigd. Tevens werd vastgesteld dat het college een dwangsom verbeurd had wegens het niet tijdig nemen van een nieuw besluit op bezwaar.
Uitkomst: Het besluit van 8 november 2013 wordt vernietigd en het college wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.