ECLI:NL:RVS:2014:190
Raad van State
- Hoger beroep
- S.F.M. Wortmann
- A. Hammerstein
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering voorschot kindgebonden budget wegens ontbreken rechtmatig verblijf
De Belastingdienst stelde het voorschot kindgebonden budget voor 2011 van appellante, een Nigeriaanse vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, op nihil en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante eveneens ongegrond. Appellante stelde dat de weigering in strijd was met artikel 8 en Pro 14 EVRM en artikel 27 IVRK Pro, onder meer vanwege haar kwetsbare situatie als slachtoffer van mensenhandel en haar psychische klachten.
De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het EVRM geen positieve verplichting tot verstrekking van een kindgebonden budget inhoudt en dat het koppelingsbeginsel, dat het recht op uitkeringen koppelt aan rechtmatig verblijf, een redelijke en objectieve rechtvaardiging vormt voor de weigering. De omstandigheden van appellante, waaronder haar opvang door de gemeente en haar medische situatie, rechtvaardigen geen uitzondering op dit beginsel.
Verder oordeelde de Afdeling dat artikel 27 IVRK Pro geen direct toetsbare normen bevat en dat het kindgebonden budget een financiële bijdrage is aan de ouder, niet aan het kind zelf. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de weigering van het voorschot kindgebonden budget bevestigd.