ECLI:NL:RVS:2014:1943
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebesluit wegens onvoldoende bewijs overtreding Wet arbeid vreemdelingen
De minister legde aan appellante een boete van €8.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav), omdat een vreemdeling werkzaamheden zou verrichten die niet overeenkomen met de verleende tewerkstellingsvergunning (twv).
De arbeidsinspecteur stelde op basis van verklaringen en onderzoek dat de vreemdeling als nasi/bamikok werkte, terwijl de twv was verleend voor frituurkok. Appellante voerde aan dat de werkzaamheden verenigbaar waren en dat de minister onzorgvuldig had gehandeld door uitsluitend af te gaan op een niet-ondertekende verklaring van de vreemdeling en onvoldoende onderzoek te verrichten.
De Raad van State oordeelde dat de minister onvoldoende bewijs had geleverd en onzorgvuldig had gehandeld. Het verschil tussen de functies was niet duidelijk aangetoond, en de minister had niet kunnen vaststellen dat appellante op de hoogte was van die verschillen. Daarom werd het boetebesluit vernietigd en het hoger beroep gegrond verklaard.
De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: Het boetebesluit wordt vernietigd wegens onvoldoende bewijs van overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen.