ECLI:NL:RVS:2014:1944
Raad van State
- Hoger beroep
- A.W.M. Bijloos
- N. Verheij
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen handhavingsbesluiten na vaststelling bestemmingsplan
Het college van burgemeester en wethouders van Boxmeer had op 15 mei 2012 handhavingsbesluiten genomen tegen het gebruik van een inrit/verharding en een strook grond als speelweide en voor particuliere doeleinden op een perceel te Beugen. Deze besluiten werden aangevochten door meerdere appellanten.
Na diverse procedures en besluiten, waaronder een vernietiging door de rechtbank en een verlenging van de begunstigingstermijn, stelde de gemeenteraad op 12 september 2013 het bestemmingsplan "Laag Werveld 9-9a" vast. Dit bestemmingsplan legaliseerde het gebruik van de betreffende percelen en maakte handhaving door het college niet langer mogelijk.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het procesbelang van de appellanten bij het hoger beroep was komen te vervallen, omdat het bestemmingsplan onherroepelijk was geworden en het gebruik was toegestaan zonder vergunning. Hierdoor werden de hoger beroepen en het incidenteel hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard en werd de eerdere uitspraak bevestigd.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door voorzitter Bijloos en leden Verheij en Kramer op 28 mei 2014.
Uitkomst: De hoger beroepen en het incidenteel hoger beroep zijn niet-ontvankelijk verklaard vanwege het vervallen van het procesbelang na vaststelling van het bestemmingsplan.