ECLI:NL:RVS:2014:1952
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake schadevergoeding na intrekking verblijfsvergunning
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag die schadevergoeding toekende aan een wederpartij wegens onrechtmatige intrekking van zijn verblijfsvergunning.
De intrekking van de verblijfsvergunning dateerde uit 2005 en was destijds niet aangevochten, waardoor het besluit in rechte vaststond. De rechtbank oordeelde dat de onrechtmatigheid van het besluit impliciet was erkend door de staatssecretaris bij een latere herziening in 2011, en kende schadevergoeding toe.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde echter vast dat de herziening niet impliceert dat de onrechtmatigheid van het oorspronkelijke besluit werd erkend, maar gebaseerd was op nieuwe informatie die destijds niet bekend was. Daarom werd het beroep van de staatssecretaris gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de wederpartij wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.