ECLI:NL:RVS:2014:197
Raad van State
- Hoger beroep
- J. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering omgevingsvergunning voor kappen eik wegens strijd met zorgvuldigheid
Het college van burgemeester en wethouders van Ede weigerde aanvankelijk een omgevingsvergunning voor het kappen van zes eiken en drie esdoorns op een perceel te Ede. Na bezwaar werd alsnog vergunning verleend voor het kappen van drie esdoorns en één eik, terwijl de overige vijf eiken werden geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze weigering ongegrond.
Appellant stelde in hoger beroep dat de weigering willekeurig was, met name omdat de vijf eiken ten onrechte als toekomstbomen waren aangemerkt en geen beeldbepalend karakter hadden. Voor één eik werd een deskundigenrapport overgelegd dat verwijdering adviseerde wegens matige toekomstverwachting en onveilige situatie door dood hout. Het college erkende dat het ten onrechte de vergunning voor deze eik had geweigerd, wat strijd opleverde met de zorgvuldigheid bij besluitvorming.
Ten aanzien van de overige vier eiken oordeelde de Afdeling dat het college terecht deze bomen als toekomstbomen had aangemerkt, omdat zij beeldbepalend zijn, goede vitaliteit hebben en binnen tien jaar niet in verval raken. De stelling van appellant dat deze bomen overlast veroorzaken en onvoldoende ontwikkelingsmogelijkheden hebben, werd niet aannemelijk gemaakt.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard voor de eik waarvoor het deskundigenrapport was overgelegd, het besluit van het college op dit punt werd vernietigd en het beroep tegen dit besluit werd alsnog gegrond verklaard. Voor het overige werd de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het college werd tevens gelast het betaalde griffierecht aan appellant te vergoeden.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd voor één eik wegens strijd met zorgvuldigheid, voor de overige eiken wordt de weigering bevestigd.