ECLI:NL:RVS:2014:1984
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing voorschot kinderopvangtoeslag wegens ontbreken geldige overeenkomst
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag die het beroep tegen de herziening van het voorschot kinderopvangtoeslag over 2009 en 2010 door de Belastingdienst/Toeslagen ongegrond verklaarde.
De Belastingdienst stelde dat appellante niet aannemelijk had gemaakt dat de opvang plaatsvond op basis van een overeenkomst met het gastouderbureau die voldoet aan de eisen van artikel 52 van Pro de Wet kinderopvang (Wko) en de Regeling Wet kinderopvang. Appellante voerde aan dat de overeenkomst met de gastouder weliswaar niet alle vereiste gegevens bevatte, maar dat de prijs per uur kon worden afgeleid uit de jaaropgave van het gastouderbureau en dat deze fout haar niet kon worden toegerekend.
De Raad van State overwoog dat aanspraak op voorschot kinderopvangtoeslag alleen bestaat indien de opvang plaatsvindt op basis van een overeenkomst met het gastouderbureau die voldoet aan de wettelijke eisen, waaronder het vermelden van de prijs per uur. De overgelegde overeenkomst tussen appellante en het gastouderbureau voldeed niet aan deze eisen doordat de prijs per uur ontbrak. Het feit dat deze prijs in de jaaropgave stond vermeld, doet hieraan niet af. Het risico van het ontbreken van deze gegevens komt voor rekening van appellante.
Gelet hierop bevestigde de Raad van State de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd dat appellante geen recht heeft op voorschot kinderopvangtoeslag over 2009 en 2010.