ECLI:NL:RVS:2014:2004
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving en invordering dwangsom wegens illegaal tuinhuis in Ulestraten
Het college van burgemeester en wethouders van Meerssen legde aan appellant een last onder dwangsom op wegens het zonder vergunning bouwen van een tuinhuis op een perceel in Ulestraten. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in tegen dit besluit en tegen de invordering van de dwangsom.
De voorzieningenrechter verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. Appellant voerde aan dat het college onterecht handhavend optrad omdat er volgens hem concreet zicht op legalisering bestond en dat het college onrechtmatig was teruggekomen op een eerder gedoogbesluit.
De Raad van State oordeelde dat het college terecht handhavend optrad omdat het tuinhuis in strijd was met het bestemmingsplan en er geen concreet zicht op legalisering was. Het vertrouwensbeginsel werd erkend, maar het algemeen belang bij handhaving woog zwaarder. Ook het beroep tegen de invordering van de dwangsom werd ongegrond verklaard.
De uitspraak van de voorzieningenrechter werd bevestigd, en er werd geen aanleiding gezien voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep en het beroep tegen de invordering van de dwangsom worden ongegrond verklaard en de handhavingsmaatregelen bevestigd.