ECLI:NL:RVS:2014:2016
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- F.C.M.A. Michiels
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vergoeding planschade na bestemmingsplanwijziging
Appellant A diende een aanvraag in voor vergoeding van planschade wegens waardevermindering van zijn woning door een bestemmingsplanwijziging die het buurperceel bestemde voor agrarisch gebruik. Het college wees de aanvraag af en handhaafde dit besluit in bezwaar. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant A gegrond, vernietigde het besluit maar handhaafde de rechtsgevolgen.
Appellant A en B stelden hoger beroep in. Appellant B had echter geen bezwaar of beroep ingesteld tegen eerdere besluiten, waardoor haar hoger beroep niet-ontvankelijk werd verklaard. De Afdeling bestuursrechtspraak beoordeelde de planologische vergelijking tussen het oude en nieuwe bestemmingsplan en concludeerde dat appellant A niet in een nadeliger positie was gekomen. De rechtbank had terecht geoordeeld dat de planologische mogelijkheden onder het oude regime niet wezenlijk verschilden en dat het nieuwe bestemmingsplan geen planologische verslechtering voor appellant A betekende.
De Afdeling verwierp de bezwaren van appellant A over de uitleg van het oude planvoorschrift, de praktische haalbaarheid van agrarische bebouwing en de omvang van het bouwvlak onder het nieuwe plan. Het hoger beroep van appellant A werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant B is niet-ontvankelijk en het hoger beroep van appellant A ongegrond; de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.