ECLI:NL:RVS:2014:2028
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- M.G.J. Parkins-de Vin
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening inzake vervoer vreemdelingen naar Democratische Republiek Congo
Bij afzonderlijke besluiten heeft de minister voor Immigratie, Integratie en Asiel aanvragen van vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel afgewezen. De rechtbank heeft deze besluiten vernietigd en de staatssecretaris opgedragen nieuwe besluiten te nemen. De staatssecretaris stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening om het vervoer van de vreemdelingen naar de Democratische Republiek Congo mogelijk te maken, in het kader van een verzoek van het Internationaal Strafhof.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat het verzoek een voorlopig karakter heeft en niet bindend is in de hoofdzaken. Het verzoek was gericht op het schorsen van de rechtbankuitspraken die het verlenen van medewerking aan het vervoer belemmeren. De vreemdelingen verzetten zich tegen het verzoek en stelden dat het om een beslissing in de hoofdzaken ging en dat hun terugkeer in strijd zou zijn met het EVRM.
De voorzitter stelde vast dat het Zetelverdrag en de Uitvoeringswet voorzien in procedures voor het geval de Staat niet kan of wil voldoen aan een verzoek van het Strafhof. De staatssecretaris had onvoldoende aannemelijk gemaakt dat onmiddellijke uitvoering van het verzoek noodzakelijk was en dat alle oplossingsmogelijkheden waren uitgeput. Daarom wees de voorzitter het verzoek af en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening om het vervoer van vreemdelingen naar de Democratische Republiek Congo mogelijk te maken is afgewezen.