ECLI:NL:RVS:2014:207
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit RDW tot vervallenverklaring tenaamstelling voertuig zonder terugwerkende kracht
De RDW heeft bij besluit van 7 februari 2012 de tenaamstelling van het voertuig van appellant laten vervallen. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de RDW en vervolgens door de rechtbank Amsterdam ongegrond werd verklaard. In hoger beroep betoogde appellant dat bijzondere omstandigheden, waaronder eerdere pogingen om het voertuig van zijn naam te krijgen en het ontbreken van een vervangend kentekenbewijs, rechtvaardigen dat de vervallenverklaring met terugwerkende kracht zou moeten plaatsvinden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat het beleid van de RDW om de tenaamstelling in beginsel niet met terugwerkende kracht te laten vervallen, gerechtvaardigd is vanwege de noodzaak van zuiverheid van het kentekenregister en rechtszekerheid. De door appellant aangevoerde omstandigheden waren onvoldoende om van dit beleid af te wijken. De rechtbank had terecht geoordeeld dat appellant geen vrijwaringsbewijs had ontvangen en dat het ontbreken van een vervangend kentekenbewijs niet als een verzoek tot vervallenverklaring kan worden beschouwd.
De verwijzing naar het jaarverslag van de Nationale Ombudsman en de financiële problemen van appellant konden het beleid niet doorbreken. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.