ECLI:NL:RVS:2014:2091
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen afwijzing handhavingsverzoek vezelpers
Het college van burgemeester en wethouders van het Bildt wees het verzoek van appellant om handhavend op te treden tegen een vezelpers op een perceel in Minnertsga af. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant niet-ontvankelijk, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Tijdens de procedure bleek dat de vezelpers door de eigenaar was verplaatst, eerst voorafgaand aan de zitting van de rechtbank en vervolgens opnieuw voorafgaand aan de zitting van de Afdeling, verder weg van de woning van appellant en uit diens zicht. Hierdoor was het verzoek van appellant feitelijk bereikt, omdat de vezelpers niet langer op de oorspronkelijke locatie stond waarop het handhavingsverzoek betrekking had.
De Afdeling oordeelde dat appellant hierdoor geen rechtens te beschermen belang meer had bij een inhoudelijke beoordeling van het bestreden besluit. Bovendien gaf het college aan handhavend op te treden bij eventuele terugplaatsing van de vezelpers. Daarom verklaarde de Afdeling het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van een rechtens te beschermen belang.