ECLI:NL:RVS:2014:2120
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- R. Uylenburg
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Coördinatieverplichting watervergunning en omgevingsvergunning bij IPPC-installatie
Het college van gedeputeerde staten van Overijssel verleende op 27 november 2012 een watervergunning voor het onttrekken en infiltreren van grondwater ten behoeve van een KWO-systeem bij een pluimveehouderij. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. Appellante stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat de coördinatieverplichting van artikel 6.27 van de Waterwet beperkt is tot watervergunningen voor lozen, terwijl het onttrekken en infiltreren van grondwater niet als lozen wordt aangemerkt. Dit strookt niet met artikel 7 van Pro de IPPC-richtlijn, die een bredere coördinatieverplichting oplegt bij meerdere vergunningen voor een IPPC-installatie.
De Afdeling stelt vast dat het KWO-systeem samen met de pluimveehouderij één installatie vormt waarop de IPPC-richtlijn van toepassing is en dat de coördinatieverplichting uit de richtlijn rechtstreeks werking heeft. Het besluit is daarom in strijd met de richtlijn genomen. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover deze de rechtsgevolgen van het besluit in stand liet en draagt het college op binnen zestien weken een nieuw besluit te nemen, waarbij de coördinatieverplichting in acht wordt genomen.
Daarnaast veroordeelt de Afdeling het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante en haar vennoot. Tegen het nieuwe besluit kan slechts bij de Afdeling beroep worden ingesteld.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de coördinatieverplichting uit de IPPC-richtlijn.