ECLI:NL:RVS:2014:2148
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- C.J. Borman
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank over afwijzing aanvraag uitzettingsbesluit op grond van mantelzorg
De zaak betreft een hoger beroep van de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag, die het bezwaar van een vreemdeling tegen een afwijzend besluit op grond van artikel 64 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 gegrond verklaarde en het besluit vernietigde.
De rechtbank oordeelde dat de zoon van de stiefzus van de overleden moeder van de vreemdeling niet als mantelzorger kon worden aangemerkt omdat er geen biologische band was en hij verklaarde niet in staat te zijn mantelzorg te verlenen. De staatssecretaris stelde dat dit oordeel niet in lijn was met het beleid uit de Vreemdelingencirculaire 2000, waarin mantelzorg niet beperkt is tot biologische familieleden.
De Raad van State overwoog dat de rechtbank ten onrechte de biologische band als doorslaggevend heeft beschouwd, maar dat dit geen vernietiging van de uitspraak rechtvaardigt omdat de gegrondverklaring van het beroep op andere gronden kan worden gedragen. De Afdeling bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank met verbetering van de motieven.
Er is geen aanleiding tot vergoeding van proceskosten. De griffierechten worden opgelegd aan de staatssecretaris. De uitspraak is gedaan op 5 juni 2014.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de staatssecretaris ongegrond.