ECLI:NL:RVS:2014:2207
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.C. Kranenburg
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verzoek vergoeding planschade door bestemmingsplanwijziging
De appellant verzocht om vergoeding van planschade als gevolg van het bestemmingsplan "Kern Valkenburg, herziening 1997" dat bouwmogelijkheden op zijn perceel beperkte. De gemeenteraad wees het verzoek af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit oordeel, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat het recht op vergoeding volgens artikel 49 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) van toepassing is, omdat het verzoek vóór de inwerkingtreding van de Wet ruimtelijke ordening was ingediend. De planologische maatregel moest worden vergeleken met het voorafgaande regime, waarbij het maximale bouwrecht centraal staat. De Afdeling concludeerde dat het bestemmingsplan "Kern Valkenburg, herziening 1997" niet leidde tot een planologisch nadeel, omdat ook onder het oude regime geen bouwmogelijkheden bestonden.
Verder wees de Afdeling het beroep van appellant af dat de raad onrechtmatig terugkwam op een eerder besluit dat planschade erkende. Er was geen onherroepelijk oordeel gegeven en geen concrete toezegging die het vertrouwensbeginsel zou rechtvaardigen. Ook werd het advies van de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB) terecht gevolgd, die de peildatum op 20 januari 1999 stelde en aannemelijk maakte dat bouwmogelijkheden onder het oude regime met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid uitgesloten waren.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek om vergoeding van planschade bevestigd.