ECLI:NL:RVS:2014:2210
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluiten herziening kinderopvangtoeslag 2011 en 2012
De Belastingdienst herzag de kinderopvangtoeslag van appellant over de jaren 2010, 2011 en 2012 en stelde deze op nihil, waarna terugvordering van reeds uitbetaalde bedragen volgde. De rechtbank vernietigde de besluiten over 2011 en 2012 wegens onvoldoende bewijs van gemaakte kosten en het ontbreken van hoor en wederhoor, maar liet de rechtsgevolgen van de besluiten in stand.
De Belastingdienst trok later het besluit over 2010 in en kende alsnog toeslag toe, waardoor het hoger beroep voor dat jaar niet-ontvankelijk werd verklaard. Over 2011 en 2012 was appellant onvoldoende in staat om met bewijsstukken aan te tonen dat zij daadwerkelijk kosten voor kinderopvang had gemaakt en betaald, ondanks het overleggen van facturen, kwitanties en verklaringen.
De Raad van State bevestigde daarom het oordeel van de rechtbank dat appellant geen recht had op voorschotten kinderopvangtoeslag over 2011 en 2012 en dat de rechtsgevolgen van de vernietigde besluiten gehandhaafd blijven. Tevens werd de Belastingdienst verplicht het betaalde griffierecht te vergoeden.
Uitkomst: Hoger beroep niet-ontvankelijk voor 2010 en bevestiging vernietiging besluiten 2011 en 2012 met in stand blijvende rechtsgevolgen.