ECLI:NL:RVS:2014:2216
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- J. Kramer
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over parkeergelegenheid mortuarium in Simpelveld
Het college van burgemeester en wethouders van Simpelveld verleende vrijstelling en bouwvergunning voor het gebruik van een pand als mortuarium, ondanks onvoldoende parkeergelegenheid op het perceel. Appellant, exploitant van een naastgelegen frituur, maakte bezwaar tegen deze besluiten. De rechtbank Limburg verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit op bezwaar, maar liet de rechtsgevolgen van dat besluit in stand.
In hoger beroep stelde appellant dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen in stand liet en dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom ontheffing van de parkeereis gerechtvaardigd was. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank terecht het standpunt van het college over bijzondere omstandigheden had getoetst, maar dat het college niet voldoende had onderbouwd waarom ontheffing verleend kon worden. De noodzaak van het mortuarium en de locatie nabij kerk en bushalte vormden geen bijzondere omstandigheden die ontheffing rechtvaardigen.
De Afdeling vernietigde daarom het deel van de uitspraak van de rechtbank waarin de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit op bezwaar in stand werden gelaten. Het college moet opnieuw op het bezwaar beslissen, met een deugdelijke motivering. Tevens werd bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is. Tot slot werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het college moet opnieuw beslissen over het bezwaar met een deugdelijke motivering over de parkeergelegenheid.